1940 
- 
- 
- 
- 
1941 
- 
- 
- 
- 
1942 
- 
- 
- 
- 
1943 
- 
- 
- 
- 
1944 
- 
- 
- 
- 
1945 
- 
- 
- 
- 
1946 
- 
- 
- 
- 
1947 
- 
- 
- 
- 
1948 
- 
- 
- 
- 
1949 
- 
- 
- 
- 
 
 
KNIL.jpg
KNIL.jpg
 
Koninklijk Nederlandsch-Indisch Leger (KNIL)
1939 - 1945 

Koninklijk Nederlandsch-Indisch Leger (KNIL)

Het Koninklijk Nederlandsch-Indisch Leger (KNIL) was het Nederlandse koloniale leger. Het heeft officieel bestaan van 1830 tot 1950. Het ressorteerde onder het Ministerie van Koloniën en bestond uitsluitend uit beroepsmilitairen (of militairen uit het Nederlandse leger, die voor een bepaalde periode bij het leger gedetacheerd waren).

Het doel van de weermacht in Nederlands-Indië was (a) handhaving van het Nederlandse gezag in de Archipel tegen onrust of verzet binnen de grenzen, verzekering van rust en orde en (b) de vervulling van de militaire plicht als lid van de volkengemeenschap tegenover andere volkeren. In mei 1940 bedroeg de legersterkte: beroepsmilitairen: 1.345 officieren en 37.583 onderofficieren en manschappen, 1.783 reserveofficieren, 13.263 militieplichtigen (onderofficieren en manschappen), 17.596 landstormplichtigen (onderofficieren en manschappen), inheemse corpsen: 74 officieren en 4.501 onderofficieren en manschappen; in totaal dus 3.202 officieren en 72.943 onderofficieren en manschappen.

Gedurende de eerste maand van de Tweede Wereldoorlog vonden er geen operaties van betekenis in Nederlands-Indië plaats. Japanse troepen rukten midden januari 1942 West-Borneo binnen. De zwakke strijdkrachten in dit gebied waren niet bij machte om de opmars van de overmachtige vijand te stuiten. Achtereenvolgens wist de vijand zich van Celebes, Ambon, Timor en Bali meester te maken. Het sluiten van de ring om Java werd voltooid door de val van Singapore op 15 februari 1942, waarop kort daarop de bezetting van Zuid- Sumatra volgde.

In verband met deze omstandigheid besloot legercommandant Ter Poorten om de hem ter beschikking staande troepen zoveel mogelijk te concentreren in West-Java, waar de regeringszetel was gevestigd en waar de voornaamste magazijnen van het leger werden aangetroffen. Nadat de voornaamste strijdkrachten van de Koninklijke Marine in de nacht van 27 op 28 februari 1942 in de Javazee roemrijk ten onder waren gegaan, had de vijand bij de landing op Java volkomen vrij spel. Op 8 maart 1942 moest tot capitulatie worden besloten. De strijd werd echter op Sumatra tot 28 maart 1942 voortgezet, waarna ook daar tot de overgave moest worden overgegaan. Deze datum is ook het tijdstip waarop aan het bieden van georganiseerde weerstand een einde kwam; in Noord-Celebes, Timor en Nieuw-Guinea werd de strijd door guerrillatroepen nog voortgezet. Slechts enkele onderdelen van het Nederlands-Indische leger, gelegerd in het oostelijke gedeelte van de Indische archipel, wisten zich aan de greep van de Japanse overweldigers te onttrekken en naar Australië uit te wijken.

Na de verovering van Nederlands-Oost Indië kreeg de bezetter ongepland een groot aantal krijgsgevangenen te onderhouden. Besloten werd deze mensen – opgeleide, gedisciplineerde militairen – in te zetten voor Japanse militaire doelen, onder andere de aanleg van de Birma-spoorlijn.

Bron: http://nl.wikipedia.org/wiki/Koninklijk_Nederlandsch-Indisch_Leger