1940 
- 
- 
- 
- 
1941 
- 
- 
- 
- 
1942 
- 
- 
- 
- 
1943 
- 
- 
- 
- 
1944 
- 
- 
- 
- 
1945 
- 
- 
- 
- 
1946 
- 
- 
- 
- 
1947 
- 
- 
- 
- 
1948 
- 
- 
- 
- 
1949 
- 
- 
- 
- 
 
 
geen foto beschikbaar
geen foto beschikbaar
 
Fusillade op de Hamert
2 mei 1943 

Vooraf

De fusilladeplaats lag en ligt in Wellerlooi, op het grondgebied van de gemeente Bergen (L.). Die gemeente houdt elk jaar ook een herdenkingsplechtigheid bij het gedenkkruis. Maar in het boek van J. Keltjens over Arcen in oorlogstijd wordt aan deze gebeurtenis veel aandacht besteed. Dat is de reden dat deze gebeurtenis en de betrokken slachtoffers op deze oorlogsdodensite zijn opgenomen.

 

De gebeurtenis

Op donderdag 29 april 1943 kondigde de Wehrmachtsbefehlhaber, generaal F.C. Christiansen, aan, dat alle leden van het voormalige Nederlandse leger per direct opnieuw in krijgsgevangenschap zouden worden weggevoerd. De driehonderdduizend Nederlandse militairen vormden enerzijds een waardevol arbeidspotentieel voor de Duitse oorlogsindustrie, anderzijds vormde het een potentiële bedreiging minder. Overal in het land laaiden de emoties zo hoog op dat er spontaan stakingen uitbraken, nog diezelfde dag als eerste in de Twentse textiel- en metaalindustrie en later die dag in de Mijnstreek. Op vrijdag 30 april breidden de stakingen zich over vrijwel het gehele land uit. De Duitsers traden meedogenloos op. Het standrecht werd afgekondigd en er werden veel arrestaties verricht. De opzet slaagde: de terreur en de voltrekking van een aantal doodvonnissen werkten dermate afschrikwekkend, dat de staking op 3 mei gebroken was. De staking kostte honderdvijfenzeventig Nederlanders het leven, er vielen vierhonderd zwaargewonden en duizenden werden gearresteerd.

 

Op zaterdag 1 mei werd ook een aantal Limburgers gearresteerd op last van de Höhere SS- und Polizeiführer H.A. Rauter. Het politiestandrecht kwam in Maastricht bijeen om de inmiddels ca. 200 arrestanten uit alle delen van de provincie te berechten. Rauter had het aantal doodvonnissen voor Limburg bepaald op tien, maar vooralsnog kwam men niet verder dan zeven. Nadat Rauter het oordeel van het politiestandrecht had bekrachtigd, werden de zeven (drie mijnwerkers, drie C.C.D.-medewerkers (Centrale Controle Dienst) uit Roermond en een chemicus uit Roermond) op 2 mei naar het schietterrein van de Wehrmacht op De Hamert vervoerd. Daar werden ze in de avond door een vijftien man tellend vuurpeloton van de Ordnungspolizei gefusilleerd. In 1946 werd het massagraf ontdekt op aanwijzing van de beruchte SD-er Nitsch. De slachtoffers werden opgegraven en naar hun woonplaatsen overgebracht. Op de plek waar het graf gevonden werd staat nu een eenvoudig houten herdenkingskruis met een stenen plaat met de namen van de gefusilleerden. Opmerkelijk is dat op de site van de Nederlandse Oorlogsgravenstichting vermeld staat dat de zeven slachtoffers in Maastricht zijn omgebracht.

 

Na de oorlog heeft hoofdinspecteur Wierks een uitgebreid onderzoek ingesteld tegen de Gestapo-agent en SS-er Richard Nitsch. Met precisie wees deze Duitser de onderzoekers de plaats van de fusillade en de graven van de slachtoffers aan. Vooral de stok die Bouman vanwege zijn lichaamsgebrek bij zich had herinnerde hij zich goed. Op vrijdag 8 juni 1946 werd Bouman, samen met zijn vriend Boogerd, vanuit het stadhuis in Roermond herbegraven op de begraafplaats ‘Tussen de Bergen’ in Roermond.

 

Bronnen: J. Keltjens e.a., Arcen ’n dorp in oorlogstijd (Arcen 1986) 54-57; A.P.M. Cammaert, Het verborgen front. Een geschiedenis van de georganiseerde illegaliteit in de provincie Limburg tijdens de Tweede Wereldoorlog (Leeuwarden/Mechelen 1994) 485-496.

 
 
 
Personen
 
BoumanMAM
MAM  BOUMAN

 

 
SH  TOUSSAINT

 

 
RuijtersPL
PL  RUIJTERS

 

 
MJ  TEMPELAARS

 

 
BoogerdJLC
JLC  BOOGERD

 

 
 Compleet overzicht personen